Hoogbegaafde kinderen

Bij hoogbegaafde kinderen in de basisschoolleeftijd kunnen naast de algemene hoogbegaafdheidskenmerken een aantal dingen opvallen.

 

  • U ziet als ouder thuis een heel ander kind dan de omschrijving die de leerkracht van uw zoon of dochter op school geeft.
  • Er komen duidelijke frustraties naar voren in de vorm van woede uitbarstingen, angsten of lichamelijke klachten als buik- en hoofdpijn.
  • U of anderen hebben het gevoel dat er bij uw kind meer inzit dan er uit komt.
  • Uw zoon of dochter lijkt zo anders dan andere kinderen en u vraagt zich af of hij/zij misschien hoogbegaafd is.

Ouders komen voor ondersteuning vooral met één van bovengenoemde vragen naar ons toe. Ze hebben het gevoel dat de ontwikkeling van hun kind anders verloopt dan die van andere kinderen en zitten met een aantal vragen. Ook is er vaak een verschil tussen het beeld van het kind in de schoolsituatie en thuis.

Wij kunnen vanuit onze expertise met ouders in een intakegesprek kijken of het mogelijk om hoogbegaafdheid gaat en adviezen geven over een juiste benadering van het kind en de schoolsituatie.

Vraag aan andere ouders?

Wij organiseren regelmatig ouderavonden waar u in contact kunt komen met andere ouders van hoogbegaafde kinderen. Lees onze rubriek over ouderavonden voor meer informatie en de eerstvolgende bijeenkomst.

Leerlingprofielen hoogbegaafden
Wist u dat er 6 verschillende typen hoogbegaafde leerlingen bestaan? De uitwerking van de leerlingprofielen van Betts en Niehart kunt u via de site van talent stimuleren downloaden.

Onderwijsaanbod aan hoogbegaafden

Voor hoogbegaafde kinderen is het van groot belang dat zij voldoende uitdaging krijgen op school. Om studievaardigheden eigen te maken, leren om te leren en het risico op onderpresteren zo klein mogelijk te maken is een juiste afstemming van de lesstof noodzakelijk. Op onderstaande afbeelding van de Gauss curve 

zie je dat een IQ van 100 gemiddeld is. Wanneer een leerling een IQ score van onder de 70 heeft (een marge van 30 naar beneden) wordt deze leerling in de praktijk niet meer op het reguliere basisonderwijs opgevangen omdat er zoveel aanpassingen gedaan moeten worden om het onderwijs nog aan te laten sluiten, dat dit niet haalbaar is. Voor een kind met een zelfde marge naar de bovenkant (een IQ van boven de 130) worden echter niet altijd aanpassingen gedaan en wordt het veelal normaal gevonden dat deze leerling met de reguliere lesstof meedoet.

 

 

Een hoogbegaafde leerling heeft het echter nodig dat er aanpassingen aan de lesstof worden gedaan en heeft hier in onze ogen zelfs recht op. Om deze reden betrekken we niet alleen ouder(s) bij de begeleiding van een kind maar in veel gevallen ook de school.

Een hoogbegaafd kind leert niet gewoon ‘wat makkelijker’ zoals soms gedacht wordt maar leert door de werking van zijn hersenen daadwerkelijk anders. Vaak werkt het niet om alleen verrijkingsstof als extra aan te bieden naast het gewone werk wat een leerling moet doen. Een kind ervaart dit als extra en zal niet altijd gemotiveerd zijn. Om aan de behoefte van deze kinderen te voldoen is het eigenlijk noodzakelijk om een eigen leerlijn voor ieder kind te hebben. Hierin krijgt het kind aanbod op maat en kan het zich daadwerkelijk schoolse vaardigheden eigen maken. Werk maken waar een kind zijn best niet voor hoeft te doen is namelijk geen leren maar produceren!

 

Binnen scholen zijn er steeds vaker plusklassen waar hoogbegaafde kinderen (mits ze A-scores halen) bij aan kunnen sluiten. Voor sommige hoogbegaafde leerlingen is dit een prettig extraatje. Veel plusklassen zijn op meer- en hoogbegaafde kinderen gericht waardoor het hoogbegaafde kind nog niet met ontwikkelingsgelijken leert leren. Er zit namelijk een wezenlijk verschil tussen het aanbod wat een hoogbegaafd kind nodig heeft om voldoende uitgedaagd te worden en het extra werk wat vaak voldoende is voor een meer begaafd kind. Ook is de aanpak van opdrachten vaak anders waardoor het hoogbegaafde kind ook binnen de plusklas vaak nog een ‘eenling’ is. Een plusklas kan dus een fijne aanvulling zijn maar er zijn meer aanpassingen in het onderwijsaanbod nodig.

 

Soms is een leerling zo ver vooruit op de rest van de groep dat het nodig is om het kind versneld door te laten stromen. Een goede beslissing hierover kan alleen worden genomen door naar het individuele kind en de situatie te kijken. Wij kunnen vanuit onze expertise ouder(s) en scholen helpen in het maken van deze beslissing. Hiervoor toetsen we kinderen onder andere didactisch door om tot een goede niveau bepaling te komen.