Triadisch model van Renzulli

Het meest gebruikte model van hoogbegaafdheid is het triadisch model van Renzulli. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat je van hoogbegaafdheid spreekt wanneer iemand een IQ boven de 130 heeft én motivatie laat zien én creatief kan denken.


Wanneer een kind niet lekker in zijn vel zit functioneren deze aspecten mogelijk niet optimaal. Wanneer het niet goed gaat op school kan de motivatie van een kind bijvoorbeeld helemaal weg zijn. Op dat moment zou je volgens bovenstaand model niet meer van hoogbegaafdheid kunnen spreken. Binnen onze individuele hulp bij hoogbegaafdheid streven we er altijd naar om de motivatie en het creatieve denken optimaal tot zijn recht te laten komen en leren we kinderen en ouder(s) meer over hoogbegaafdheid.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het model van Renzulli is opgebouwd uit 3 gebieden:

  • Motivatie
    Hierbij gaat het er om of een kind gemotiveerd is om dingen te doen, ontdekken of zich in zaken te verdiepen. Het gaat dan niet alleen om schoolse zaken (soms juist helemaal niet) maar om alles wat een kind leuk vindt om te doen. Wanneer een kind gemotiveerd is om iets te bereiken zal het ook doorzetten om dit te bereiken.
  • Creatief denken
    Dit is een originele manier van over dingen nadenken. Vaak herken je dit bij hoogbegaafde kinderen doordat ze bestaande informatie combineren tot iets nieuws.
  • IQ > 130
    Een Intelligentie Quotiënt van 130 of meer bij een erkend en door een psycholoog uitgevoerd intelligentieonderzoek.

 

Psycholoog bekend met HB?

Wist u dat sommige hoogbegaafde kinderen moeilijk te testen zijn? Het is dan ook van belang om een IQ test uit te laten voeren door een psycholoog die bekend is met hoogbegaafdheid.

Indicatietest hoogbegaafdheid

Soms is een intelligentieonderzoek niet mogelijk. Vanuit onze indicatietest hoogbegaafdheid of na een uitgebreid gesprek kunnen we een duidelijk vermoeden uitspreken over hoogbegaafdheid bij uw zoon en/of dochter.

Intelligentieonderzoek bij hoogbegaafdheid

Een belangrijk onderdeel van bovenstaand model ‘een IQ van boven de 130’ wordt gemeten middels een intelligentieonderzoek. Er bestaat controverse op het gebied van deze onderzoeken, wat meet je eigenlijk bij zo’n onderzoek en waar heb je het over als je over intelligentie praat? Het is in ieder geval van groot belang om een intelligentieonderzoek uit te laten voeren door iemand die bekend is met hoogbegaafdheid. Wanneer dit niet gebeurd is, zien we helaas regelmatig dat kinderen niet alles laten zien wat ze kunnen omdat ze zich bijvoorbeeld niet op hun gemak voelen of het idee hebben dat een vraag te makkelijk is waardoor ze gaan twijfelen over het antwoord. Wanneer een onderzoeker niet bekend is met het testen van hoogbegaafde kinderen kan hij/zij de test op dat onderdeel afbreken terwijl het kind de antwoorden nog wel wist.

Wanneer er geen intelligentieonderzoek is afgenomen zou je volgens het Triadisch model van Renzulli niet over hoogbegaafdheid kunnen spreken. Wij zijn echter van mening dat er soms zoveel ‘aanwijzingen’ zijn dat je wel een duidelijk vermoeden van hoogbegaafdheid uit kunt spreken, ook wanneer er geen intelligentieonderzoek is afgenomen. Hiervoor is het belangrijk om naar kenmerken van hoogbegaafdheid bij een kind te kijken en daarnaast naar de vroege ontwikkeling. Ook kan de indicatietest hoogbegaafdheid een handreiking zijn wanneer je als ouder je kind (nog) niet wilt laten testen.